1. Algemeen

Leeswijzer

De programmabegroting 2017 geeft op programmaniveau aan welke budgetten beschikbaar zijn om alle activiteiten van de gemeente uit te voeren. Daarnaast zijn nog andere onderdelen opgenomen. De voorschriften hiervoor zijn onderdeel van het door het rijk voorgeschreven Besluit begroting en verantwoording (Bbv). In 2017 zijn belangrijke veranderingen doorgevoerd in het Bbv. Een belangrijke wijziging is dat verplichte taakvelden (deze werden voorheen veelal producten genoemd) en beleidsindicatoren zijn geïntroduceerd. Ook moeten de overheadkosten afzonderlijk in beeld worden gebracht. De programma-indeling blijft vrij. Het aantal programma’s is van twaalf naar acht teruggebracht.

 

Programma’s

In hoofdstuk 2 staan de programmabeschrijvingen. De programmabegroting van Den Helder heeft acht programma’s. De doelenbomen die in de Kadernota 2017-2020 zijn opgenomen, zijn leidraad in de beschrijving van de activiteiten binnen de programma’s. De doelen waar in 2017 de focus op komt te liggen worden verder uitgewerkt in de onderdelen ‘Wat willen we bereiken?’ en ‘Wat gaan we daarvoor doen?’. Ieder programma eindigt met ‘Wat gaat het kosten’.

 

Financiële begroting

Na de programma’s staat in hoofdstuk 3 de uitgebreide financiële toelichting. Hierin geven we een toelichting op de financiële positie van de gemeente Den Helder.

 

Paragrafen

Het Bbv schrijft voor dat de begroting naast de programma’s zeven verplichte paragrafen bevat. Deze staan in hoofdstuk 4. In deze paragrafen behandelen we financiële en bedrijfsmatige onderwerpen die van belang zijn voor het inzicht van de raad in de financiële positie van de gemeente en voor het realiseren van de programma’s. Ook zijn er twee niet verplichte paragrafen in de begroting opgenomen.

De verplichte paragrafen zijn Weerstandsvermogen, Onderhoud kapitaalgoederen, Financiering, Bedrijfsvoering, Verbonden partijen, Grondbeleid en Lokale heffingen. Subsidies en Toezichtinformatie zijn niet verplichte paragrafen.

 

Indicatoren

Met ingang van 2017 moeten gemeenten bepaalde indicatoren opnemen in de programma’s. Zij geven nadere informatie over die programma’s. Deze indicatoren staan ook op de website www.waarstaatjegemeente.nl. Het is de bedoeling dat de gemeente de verwachting dan wel ambitie ten aanzien van deze indicatoren voor de jaren 2017-2020 verwerkt. Bij diverse indicatoren is daar echter nog onvoldoende inzicht in. In die gevallen is de waarde van de indicator over het basisjaar 2015 ook ingevuld voor de komende jaren.
 

Overhead

Het Bbv schrijft ook voor op welke wijze wordt omgegaan met de overheadkosten. Dit zijn de kosten die niet  direct kunnen worden toegerekend aan de desbetreffende taken/activiteiten. Dit betekent dat alle bedrijfskosten die direct verbonden zijn aan activiteiten/taken/producten die gericht zijn op de burger/externe klant, bij de desbetreffende taakvelden moeten worden geregistreerd. De overhead wordt centraal begroot en verantwoord in het overzicht overhead via taakveld 0.4 Overhead, ondersteuning organisatie.

 

Bijlagen

Ter afsluiting zijn diverse bijlagen met aanvullende informatie en detailgegevens opgenomen.

 

Inleiding

 

Den Helder gáát verder. Dat is de doelstelling die in het bestuursakkoord Den Helder Perspectief is afgesproken.

 

De gemeenteraad heeft de Strategische Visie 2020 tegen het licht gehouden. Op die manier is inzicht verkregen in de relatie tussen de in de visie opgenomen doelstellingen en de vraagstukken van vandaag en morgen. Dat leidde tot de conclusie dat:

 

  • de zes hierna genoemde doelen van de Strategische Visie 2020 onverkort van kracht blijven;
  • er aanleiding is daarbinnen accenten aan te brengen die extra aandacht verdienen, mede omdat het stabiliseren van het inwonertal op 60.000 geen uitgangspunt meer is.

 

Daarmee blijft de opdracht om te werken aan:

1. een duurzame economie met offshore, haven, kennis & technologie (inclusief onderwijs), duurzame (wind)energie, toerisme & recreatie en zorg & welness;

2. het tegengaan van sociale zwakte met opleidingen, banen, maatschappelijke activering;

3. het vergroten van variëteit in woonmilieus;

4. het professionaliseren van toerisme en recreatie;

5. een levendig stadshart;

6. een bij een centrumgemeente passende infrastructuur.

De nadruk wordt gelegd op vraagstukken die niet langer op een oplossing kunnen wachten; in het belang van Den Helder en haar inwoners.

 

Voor u liggen de programmabegroting 2017 en de meerjarenraming 2018-2020. In de programma’s worden de deze doelstellingen uitgewerkt.

 

Kaders

Het college van Den Helder wil in de programmabegroting 2017 en de meerjarenraming 2018-2020 inzicht geven in wat wij in deze periode willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat het gaat kosten.

 

De kadernota gaat in de planning- en control-cyclus vooraf aan de programmabegroting. Met het vaststellen van de Kadernota 2017 – 2020 door de gemeenteraad zijn kaders bepaald om tot een sluitende meerjarenbegroting te komen. De raad heeft met het vaststellen van de Kadernota 2017-2020 besloten een aantal maatregelen te nemen, zoals een bezuiniging op de kostenplaatsen en een besparing op de inhuur van personeel. De programmabegroting 2017 en meerjarenraming 2018-2020 hebben daardoor een sluitend perspectief.
 

De Kadernota 2017-2020 is ten opzichte van voorgaande jaren beleidsmatig opgesteld. Dat is vertaald in de programmabegroting 2017. In de Kadernota zijn wensen voor nieuw beleid (zowel incidenteel als structureel) aangegeven. De raad heeft bij de behandeling van deze nota besloten om deze wensen concreet te vertalen in de begroting. In de toelichting op de eerste begrotingswijzigingen zijn de financiële effecten van deze keuze en de mogelijke dekking aangegeven. Naast de voorstellen voor nieuw beleid zijn in het voorstel voor de eerste begrotingswijziging ook nog een aantal andere voorstellen verwerkt. Deze bestaan uit het beschikbaar stellen van budgetten voor de kapitaallasten als gevolg van de verbouwing van het stadhuis, het terugdraaien van bepaalde bezuinigingen omdat bij nader onderzoek is gebleken dat een aantal voorstellen niet (geheel) kon worden ingevuld en de dekkingsvoorstellen om tot een sluitende begroting te komen. Bij vaststelling van deze eerste begrotingswijziging samen met deze begroting komen de daarvoor benodigde budgetten beschikbaar. Daarbij geldt dat structurele lasten en baten met elkaar in evenwicht moeten zijn. Daarnaast moet ook het weerstandsvermogen toereikend zijn om financiële risico’s op te kunnen vangen.


De inhoud van de programma’s is versterkt en gestructureerd met een doelenboom.

 

 

Sociaal domein

Het begrotingsjaar 2017 staat evenals het voorgaande begrotingsjaar grotendeels in het kader van de versterkte positie van gemeenten in het zorgdomein. De omvangrijke decentralisaties (de 3D’s) en de daarmee samenhangende overheveling van verantwoordelijkheden en budgetten, betekenen een grote verschuiving in het zorglandschap (Jeugdzorg, Wet maatschappelijke ondersteuning en Participatiewet). Daarom zijn in deze begroting de drie decentralisaties opgenomen, met als kader de gelden die het rijk beschikbaar stelt voor de uitvoering van de nieuwe taken. De meicirculaire laat voor de budgetten op het gebied van de 3D’s een kleinere daling zien dan werd verwacht. Structureel wordt de korting op deze budgetten lager en worden de budgetten daardoor dus hoger.

 

 

Algemene uitkering uit het Gemeentefonds

De uitkomsten van de meicirculaire 2016 die gaan over de ontwikkelingen van het gemeentefonds en het deelfonds sociaal domein zijn in deze begroting verwerkt.

 

Wijzigingen Bbv
De voorschriften voor inrichting van de gemeentelijke begroting zijn opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording (Bbv). In dit besluit zijn voor de begroting 2017 een aantal belangrijke wijzigingen opgenomen. Deze hebben betrekking op onder andere de toerekening van de kosten van overhead, toerekenen van rente aan reserves en grondexploitaties en de invoering van taakvelden om lasten en baten van gemeenten meer vergelijkbaar te maken.

In de begroting heeft dat als effect dat er minder programma’s zijn en dat in de analyse van de kosten van de programma’s over 2017 in vergelijking met 2016 een verschil in overheadkosten steeds een belangrijke rol speelt. Ontwikkeling van de lasten van de programma’s voor 2017 zijn daardoor lastig te vergelijken met de programma’s van de begroting 2016.   

 

Begrotingsresultaat

In de Kadernota 2017-2020 is uitgegaan van een beleidsarme begroting. De dekking daarvoor is gevonden, zodat een sluitende Kadernota kon worden vastgesteld. Na vaststelling van de Kadernota 2017 hebben zich diverse ontwikkelingen voor gedaan. Hierdoor was de meerjarenbegroting 2017-2020 niet meer sluitend. Bovendien zijn in de kadernota alleen de autonome ontwikkelingen op bestaand beleid vastgesteld. Doorwerking van de uitkering gemeentefonds, salarissen en kapitaallasten zijn daarin nog niet verwerkt. Voor het door de raad gewenste nieuwe beleid zijn door de raad bij behandeling van de kadernota zoekrichtingen voor de dekking aangegeven. Gebleken is dat de voorgestelde dekking niet toereikend is om de structurele wensen te dekken. Daarnaast heeft het college onderzoek gedaan naar mogelijkheden om te bezuinigen. Hieruit zijn ook voorstellen voortgekomen. Voor een aantal posten is dat niet (goed) mogelijk. Er is gezocht naar dekkingsvoorstellen om toch tot een sluitende begroting te komen. Met het vaststellen van de eerste begrotingswijziging bij de begroting ontstaat een sluitende meerjarenbegroting. In een afzonderlijke toelichting bij de eerste begrotingswijziging wordt dit nader toegelicht.

 

Het meerjarig financieel beeld ontstaat als gevolg van deze ontwikkelingen: (- is nadelig; + is voordelig):

 

Financiën in één oogopslag

  • Begroting 2017