1. Algemeen

Inleiding

De jaarstukken 2020 bestaan uit een beleidsmatig jaarverslag en een financiële jaarrekening. Met deze jaarstukken legt het college van burgemeester en wethouders verantwoording af over het gevoerde beleid en de daaraan verbonden financiën. De jaarstukken vormen het sluitstuk van de planning- en controlcyclus van het begrotingsjaar van de gemeente.

Leeswijzer

De opzet van van de jaarstukken is conform het Besluit begroting en verantwoording (Bbv) en de verantwoording volgt de opzet van de Programmabegroting 2020. De financiële tabellen zijn afgerond op € 1.000. Hierdoor kunnen afrondingsverschillen ontstaan.

 

Het jaarverslag bestaat uit:

  • De programmaverantwoording.
  • De paragrafen.

 

De jaarrekening bestaat uit:

  • De programmarekening. De programmarekening toont de financiële ontwikkeling in 2020 en de financiële positie aan het eind van 2020.
  • De balans.
  • De SiSa-bijlage (Single Informatie, Single Audit).
  • De programmaverantwoording is verdeeld over vier beleidsprogramma's.

 

Per programma leggen we verantwoording af over de '3W-vragen' uit de begroting:

  • Wat hebben we bereikt?
  • Wat hebben we ervoor gedaan?
  • Wat heeft het gekost?

 

We hebben hierin opgenomen:

  • De grondslagen voor de waardering en de resultaatbepaling.
  • De toelichting op de balans.
  • Het overzicht van baten en lasten met toelichting.
  • De controleverklaring van de accountant. 

 

Per programma wordt verder opgenomen:

  • Een overzicht van de verbonden partijen met de financiële bijlage.
  • De indicatoren die genoemd zijn in de begroting 2020.
  • Een toelichting op de belangrijkste verschillen tussen de jaarrekening en de gewijzigde begroting.

Bij de indicatoren staan de gemiddelde cijfers van Nederland.

 

De verplichte paragrafen zijn:

  • Weerstandsvermogen.
  • Onderhoud van kapitaalgoederen.
  • Financiering.
  • Bedrijfsvoering.
  • Verbonden partijen.
  • Grondbeleid.
  • Lokale heffingen.

 

De niet verplichte paragrafen zijn:

  • Subsidies.
  • Toezichtinformatie.
  • Effecten Corona

Financieel resultaat

De programmarekening 2020 sluit met een voordelig saldo van € 453.000. Inclusief het eerder genomen besluit rond de resultaatbestemming 2020 (RVO 2020-065296) is voor 2020 een nadelig saldo geprognosticeerd van € 6.153.000. Het onderstaande overzicht geeft het resultaat weer.

Onder dit overzicht worden de belangrijkste afwijkingen van de baten en lasten toegelicht die het verschil van € 6.606.000 tussen de begroting en de werkelijkheid verklaren. Van dit verschil maakt zoals gezegd het eerder genomen besluit voor de resultaatbestemming ad € 3.399.600 deel uit. Dan resteert nog een verschil van € 3.206.400. Dat wordt hier toegelicht, waarbij we ons richten op de verschillen groter dan € 100.000. Overigens zijn in de decembercirculaire eind 2020 nog aanvullende middelen ontvangen voor specifieke doeleinden binnen het sociaal domein. Ook is een verzoek van de GrGa om overgebleven middelen te kunnen reserveren. Dit betekent een aanvullend voorstel voor resultaatbestemming van € 1.641.000 voor het sociaal domein op dat dit verschil voor een belangrijk deel verklaart. In de toelichting wordt dit meegenomen.

Tabel resultaat programmarekening

Totaal   Begroting 2020 Rekening Verschil gewijzigde  
Bedragen (x € 1.000)   Oorspronkelijk Na wijziging 2020 begroting-/-rekening
           
           
Totaal lasten   198.619 220.442 214.442 6.000
Totaal baten   -196.164 -206.369 -205.670 -699
           
Saldo van baten en lasten   2.455 14.073 8.772 5.301
           
Totaal toevoegingen reserves   9.194 17.270 15.785 1.485
Totaal onttrekkingen reserves   -8.495 -25.190 -25.009 -180
           
Gerealiseerd resultaat   3.154 6.153 -453 6.606

Toelichtingen belangrijkste afwijkingen baten/lasten

Sommige activiteiten konden niet uitgevoerd dan wel afgerond worden in 2020. De middelen die daardoor over zijn, zijn via een afzonderlijk raadsvoorstel (2020-065296) doorgeschoven naar (de begroting van) 2021. Hierdoor zijn deze budgetten in 2021 beschikbaar om de werkzaamheden (alsnog) uit te voeren. Het voorgestelde bedrag was € 3.399.600. De overige verschillen worden per programma toegelicht. De uitkomsten van 2020 zijn incidenteel sterk beïnvloed door de coronacrisis. Daardoor konden sommige activiteiten en werkzaamheden niet plaatsvinden.

 

Programma 1 Bestuurlijke vernieuwing

  • De werkelijke kosten van de raad en de griffie zijn € 105.000 lager dan begroot. U wordt hierover in een separate verantwoording door de griffier geïnformeerd.
  • De werkelijke kosten van het college zijn € 228.000 lager uitgekomen dan begroot. De niet bestede middelen van € 187.000 Helders Perspectief vormen de belangrijkste oorzaak. Dit komt omdat uitgaven van in totaal € 162.000 worden verantwoord in andere programma’s (voornamelijk programma 3).
  • Overhead: dit betreffen alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Er is een voordeel in de loonkosten bedrijfsvoering van € 1.640.000. Hier staat een nadeel wegens kosten inhuur tegenover van € 1.898.000. Per saldo een nadeel van € 258.000. Ook staan hier inkomsten aan ontvangen inkomsten ziekengeld, piketvergoedingen en loonkostensubsidie tegenover. Een voordeel van € 407.000.
  • Vanwege de beperkende maatregelen door corona zijn er minder opleidingen gevolgd of hebben deze digitaal plaatsgevonden. Het voordeel is € 214.000.
  • Voor diverse personeelskosten zoals reis-en verblijfkosten, representatie en overige werkkosten is door corona minder uitgegeven. Het voordeel is € 104.000.
  • Bij de overige goederen en diensten is een voordeel van € 235.000 vanwege lagere uitgaven voor onderhoud, kantoorartikelen, consumptiegoederen etcetera.
  • De doorbelasting aan de diverse programma’s is € 1.118.000 hoger dan begroot. In dit programma is dat een voordeel. Daar staan hogere rechtstreekse kosten op de andere programma’s tegenover. Per saldo is dit voor de jaarrekening budgettair neutraal.
  • Vanwege de coronamaatregelen kon er in 2020 slechts beperkt worden gereisd en rijexamens worden afgenomen. Reden waarom er minder reisdocumenten, rijbewijzen en overige documenten door inwoners zijn aangevraagd. Het nadeel op de leges bedraagt € 292.000.
  • De werkelijke inkomsten van de Algemene uitkering zijn € 1.380.000 hoger dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt door de decembercirculaire die eind 2020 werd ontvangen. De middelen die daarin extra zijn toegekend moeten overigens volledig worden aangewend voor specifieke doelen (beschermd wonen en maatschappelijke opvang). Hiermee is rekening gehouden in een aanvullend voorstel resultaatbestemming.

 

Programma 2 Zorgzame gemeente

  • De afrekening voor 2020 van de WSW, Gemeenschappelijke Regeling Gesubsidieerde Arbeid Kop van Noord-Holland (GrGa), levert een voordeel op van € 1.030.000. Dit is veroorzaakt doordat de taakstelling voor de inzet van beschut werk niet is gehaald en er meer uitstroom WSW heeft plaatsgevonden. Er is inmiddels een voorstel van de GrGa om € 700.000 hiervan te behouden voor 2021. Dit is vertaald in het voorstel bij onze jaarrekening tot een aanvullende resultaatbestemming.
  • In de Juni- en Septembercirculaire hebben we een extra vergoeding ontvangen van het rijk voor de wegvallende bedrijfsinkomsten van SW-bedrijven als gevolg van Corona. Probedrijven heeft geen omzetderving geleden die kan worden gerelateerd aan het Coronavirus. Dit bedrag valt daarom vrij voor onze gemeente; in totaal gaat het om een bedrag van € 450.000.
  • De werkelijke totale uitkeringslast valt lager uit dan de middelen die we van het rijk ontvangen hebben en die we begroot hadden in 2020. Het restant is in de jaarrekening verwerkt als nog te verrekenen met het Rijk en Halte Werk (€ 825.000). Per saldo heeft dit geen effect op ons saldo van baten en lasten.
  • De digitalisering van het kindpakket € 50.000 niet besteed. Er zijn offertes opgevraagd in 2020, de daadwerkelijke uitvoering komt tot stand in 2021. In het voorstel voor resultaatbestemming bij deze jaarrekening vragen we dan ook om dit bedrag over te hevelen naar 2021.
  • Er zijn hogere uitgaven bij de reguliere loonkostensubsidie (een bijdrage om mensen met afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk te helpen) van € 170.000 (nadeel). Er zijn 31 (nieuwe) deelnemers gestart in 2020 met een loonkostensubsidie bij een werkgever. Daarnaast lopen de loonkostensubsidies ook door van deelnemers die al eerder zijn gestart bij een werkgever met loonkostensubsidie en die nu bijvoorbeeld een vast dienstverband hebben.
  • Door actualisering van onze oude openstaande posten valt er € 90.000 vrij.
  • Door lagere uitgaven Wmo-begeleiding in verband met laat ontvangen afrekeningen van de kosten voor Wmo begeleiding en huishoudelijke hulp over voorgaande jaren, valt er € 191.000 vrij. Een groot deel (€ 150.000) hiervan is veroorzaakt door een nagekomen aanpassing uit 2019.
  • In verband met laat ontvangen afrekeningen van de kosten voor Wmo begeleiding en huishoudelijke hulp over voorgaande jaren, valt er € 115.000 vrij.
  • We hebben aanvragen voor meerkosten Wmo begeleiding en huishoudelijke hulp (in verband met de coronamaatregelen) ontvangen en toegekend voor totaal € 81.000.
  • Er zijn lagere uitgaven voor PGB beschermd wonen van € 180.000 door vermindering aantal PGB-ers ten opzichte van vorig jaar.
  • De uitgaven voor zorg in natura zijn € 700.000 hoger uitgekomen: per maand zien we een gemiddelde toename van 9 cliënten. Daarnaast zien we dat er sprake is van complexere (en dus duurdere) problematiek.
  • Een deel van het budget meerkosten maatschappelijke opvang, € 388.000, is niet uitgegeven. Wanneer we de totale inkomsten maatschappelijke opvang (verwerkt in P1) en de uitgaven (verwerkt in P2) met elkaar salderen komen we uit op een overschot van per saldo € 227.000. In het raadsbesluit van het plan van aanpak beschermd wonen en maatschappelijke opvang staat aangegeven dat de decentralisatie-uitkeringen die de centrumgemeente voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang van het Rijk ontvangt, geheel ten goede komt aan de wettelijk verplichte taken voor BW en de MO-voorzieningen in de regio Kop van Noord Holland. Voor zover er na het realiseren van de afgesproken prestaties middelen resteren worden deze verevend tussen regiogemeenten. Dit doen wij in de vorm van een dotatie aan de reserve beschermd wonen. Vanuit dit oogpunt stellen wij dan ook voor om het saldo van maatschappelijke opvang € 227.000 te storten in de Reserve beschermd wonen. Daarmee blijven er middelen in die reserve om deze taak te kunnen blijven invullen voor de regio.
  • Restant budget decentralisatie-uitkering vrouwenopvang € 315.000 (voordeel). In de septembercirculaire van het gemeentefonds hebben we een extra vergoeding ontvangen in de decentralisatie-uitkering vrouwenopvang. Deze vergoeding bestond voornamelijk uit middelen om de extra coronakosten op te kunnen vangen. In werkelijkheid is er geen volledig beroep gedaan op dit budget. De vrouwenopvang betreft voor onze gemeente een centrumfunctie. De druk neemt door de coronacrisis toe op de organisaties Veilig thuis en Blijf van mijn lijf. Het voorstel is dan ook om dit restant budget beschikbaar te houden voor de vrouwenopvang.
  • Domein jeugd: er waren hogere uitgaven voor de zogeheten zware (geëscaleerde) jeugdzorg; deze bestaan uit: continuïteitsbijdrage voor de maatregelen als gevolg van corona € 380.000 (nadeel); hogere kosten zorg in natura € 602.000 (nadeel) Dit komt doordat de kinderen langer in zorg zitten; er een stapeling van zorg zichtbaar is en de zorgzwaarte hoger is geworden. In verband met laat ontvangen afrekeningen jeugdzorg over voorgaande jaren valt er daarnaast € 243.000 vrij (voordeel). Ten slotte is er een restant budget meerkosten jeugdzorg € 62.000 (voordeel).

 

Programma 3 Vitale gemeente

  • Door vertraging met de aanleg van de sprinklerinstallatie in de parkeergarage Koninckshoek is hier ook gepland onderhoud niet uitgevoerd. Voordeel: € 245.000.
  • Bij de exploitatie van gronden doen zich diverse verschillen voor. Bij de kosten voor de grondexploitatie is sprake van € 85.000 hogere kosten. .
  • Bij de baten is sprake van een voordeel van € 197.000 dat vooral bestaat uit de verkoop van erfpachtgronden. Daarnaast zijn de inkomsten van de grondexploitatie Willem-Alexanderhof iets lager dan geraamd (€ 132.000) zodat bij de de baten per saldo € 65.000 hoger zijn.
  • Bij de bouwvergunningen is sprake van een voordeel in verband met herindeling binnen de teams met als gevolg een lagere toerekening aan de bouwvergunningen: € 136.000.

 

Programma 4 Leefbare gemeente

  • Door vacatures is er een voordeel van € 103.000 door lagere doorbelasting loonkosten voor handhaving en vergunningen. Op totaalniveau is dit budgettair neutraal.
  • Het verbruik van elektriciteit van de straatverlichting wordt op basis van een schatting in rekening gebracht. Door het plaatsen van slimme meters wordt het verbruik inzichtelijk. Hieruit blijkt dat het werkelijke verbruik aanzienlijk hoger is. Bovendien neemt het areaal in omvang toe. De kosten van elektriciteit van de straatverlichting zijn daardoor € 109.000 hoger.
  • Er is een nadeel van € 116.000 door hogere doorbelasting loonkosten dagelijks onderhoud wegen, straatverlichting en verkeer. Op totaalniveau is dit budgettair neutraal.
  • De uitgaven voor diensten door derden voor het onderhoud van de wegen zijn € 156.000 hoger door onder andere werkzaamheden aan de openbare weg voor o.a. kabelwerkzaamheden nutsbedrijven € 87.000 en herinrichting Dorpsplein Huisduinen € 69.000. Hier staan ook inkomsten tegenover.
  • De uitgaven en inkomsten voor het Regionale Meldpunt Coördinatie (RMC) en het convenant Voortijdig Schoolverlaten (VSV) verschillen per jaar. In 2020 is er € 96.000 meer uitgegeven voor RMC en € 163.000 meer voor VSV. Hiertegenover staan hogere bijdragen van het Rijk
  • De uitgaven en inkomsten voor het Onderwijs Achterstanden Beleid (OAB) verschillen per jaar. In 2020 is € 780.000 minder besteed dan geraamd. Hiertegenover staan ook lagere inkomsten van het Rijk.
  • Vanwege verminderde activiteit zijn de kosten van energie en onderhoud respectievelijk € 60.000 en € 145.000 lager. Totaal levert dit een voordeel van € 205.000 op.
  • De uitbraak van het coronavirus heeft gevolgen voor culturele instellingen. Vanuit de overheid zijn er steunmaatregelen getroffen. Er is in totaal een bijdrage van € 253.000 aan extra subsidie aan diverse culturele instellingen verstrekt. Hiertegenover staat een bijdrage van de Provincie van € 160.000 en een bijdrage uit de reserve Helders steunfonds van € 87.000.
  • Vanwege corona konden veel evenementen geen doorgang vinden, zoals 75 jaar Vrijheid en het Nautisch evenement. Wel zijn in een aantal gevallen de onvermijdelijke voorbereidingskosten vergoed. In totaal levert dit een voordeel van € 130.000 op. Hiertegenover staat een lagere onttrekking uit de reserve Evenementen van € 50.000.
  • De uitbraak van het coronavirus heeft ook gevolgen voor musea gehad. Vanuit de overheid zijn er steunmaatregelen getroffen. Aan het Reddingmuseum is een bijdrage van € 111.000 aan extra subsidie verstrekt. Hiertegenover staat een bijdrage van de Provincie van € 73.000 en een bijdrage uit de reserve Helders steunfonds van € 38.000.
  • Er is een nadeel van € 210.000 gerealiseerd door hogere doorbelasting loonkosten dagelijks onderhoud buurt en representatief groen. Op totaalniveau is dit budgettair neutraal.
  • De voorbereidingen van de gebiedsgerichte aanpak vragen vanwege deze werkwijze extra capaciteit en inspecties. De kosten voor onderzoek en exploitatie zijn daardoor € 185.000 hoger dan begroot. Tegenover de hogere kosten staan ook meer inkomsten. (zie ook baten).
  • Doordat meer mensen vanwege corona thuis zijn gaan werken is er een forse toename van het aanbod van restafval. Daarbij zijn de kosten voor inzameling en verwerking van fijn en grof huishoudelijk afval gestegen. De verwerkingsbijdrage afval komt daardoor € 255.000 hoger uit.
  • Er is een voordeel van € 131.000 bij de kosten van bodemonderzoek en sanering. Daartegenover staat het uitblijven in 2020 van een bijdrage in de kosten bodemsanering van de voormalige 'Koploper' € 75.000 en een bijdrage voor baggeren in de binnenhaven van € 37.500. Ook betekent dit een lagere onttrekking uit de reserve bodemsanering.
  • Tegenover de hogere kosten diensten door derden staan inkomsten van nutsbedrijven € 96.000 en bijdragen derden voor herinrichting Dorpsplein Huisduinen € 69.000. Totaal € 165.000 voordeel.
  • Door een forse toevoeging aan de voorziening dubieuze debiteuren van € 155.000 komt de totale opbrengst afvalstoffenheffing per saldo € 107.000 lager uit dan begroot.

Gebeurtenissen na balansdatum

Gebeurtenissen na balansdatum betreffen belangrijke ontwikkelingen die invloed hebben op het beeld dat de jaarrekening geeft. Net als over het jaar 2019 speelt de coronacrisis een belangrijke rol. Hoe ontwikkelt zich de crisis? Hoe gaat het met de middelen die het Rijk de komende jaren verstrekt en hoe ontwikkelt zich het aantal inwoners dat een beroep moet doen op een uitkering? Hoe zit het met de doorwerking van de vraag naar Wmo- en jeugdzorg? Om een aantal zaken te noemen. Ook is de vraag wat effecten zijn op de belastinginkomsten de komende jaren en de afrekening over 2020 en bijvoorbeeld de kosten van afvalverwerking en de afrekening daarvan. Dat moet de komende tijd duidelijk worden.

Financiën in één-oogopslag

  • Programmarekening 2020